

|
INLEIDING |
hierin wordt uitgelegdhierin wordt uitgelegd waarom ik een werkstuk schrijf over mijn overgrootvader, naar wie ik ben genoemd en naar wie in Leiden een straat is genoemd |
4 |
|
|
|
|
|
STAMBOOM |
hierin kun je zien hoe ik familie ben van hem |
5 |
|
|
|
|
|
HOOFDSTUK 1 DE TWEEDE WERELDOORLOG |
Over de ideeën van Hitler en hoe de oorlog begon in Nederland |
6 |
|
|
|
|
|
HOOFDSTUK 2 HET VERZET IN NEDERLAND |
Over passief en actief verzet in Nederland, over onderduikers, illegale kranten en valse persoonsbewijzen, overvallen, radio luisteren enz. |
8 |
|
|
|
|
|
HOOFDSTUK 3 WALRAVEN VAN HALL (WALLY) |
Over wat hij heeft verzonnen als verzet en uitgevoerd: de Zeemanspot en het Nationaal Steun Fonds (NSF). Over hoe hij is verraden en doodgeschoten |
10 |
|
|
|
|
HOOFDSTUK 4INTERVIEW MET MIJN OMA OVER HAAR VADER |
|
16 |
|
|
|
|
|
MOEILIJKE WOORDEN |
alle moeilijke woorden verklaard |
19 |
|
|
|
|
|
LITERATUURLIJST |
alle boeken die ik heb gelezen of bekeken en de stukken van internet |
20 |
|
|
|
|
|
BIJLAGE |
krantenknipsels |
21 |
Mijn werkstuk gaat over mijn overgrootvader Walraven (Wally) van Hall. Hij leefde van 1906 tot 1945.
Ik heet zelf Jurriaan Walraven Kamps. Ik ben vernoemd naar hem.
Hij is heel dapper geweest in de Tweede Wereldoorlog, maar helaas is hij vlak voor het einde van de oorlog doodgeschoten.
In Leiden is een straat naar hem genoemd: de Walraven van Hallstraat. Dit is vlakbij het 5 Meiplein.
In dit werkstuk leg ik uit waarom hij zo bijzonder was.

Dit is Wally van Hall toen hij op de middelbare school zat.
TAMBOOM

In 1919 had Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloren. Het mocht geen groot leger meer hebben en verloor allemaal grondgebied. De Duitsers waren heel boos. Een van hen was Adolf Hitler, die de Nazi-partij in 1920 oprichtte. De Nazi’s geloofden dat Duitse Ariërs (blanke en blonde mensen) een superras waren en ze vonden dat Duitsland weer een machtig land moest worden. In het boek dat Hitler schreef, Mein Kampf, stond dat Duitsland weer een sterke leider moest hebben, een groot leger moest krijgen en dat communisten en joden uitgeroeid moesten worden. Hij was ook tegen zigeuners en homoseksuelen. In 1933 greep Hitler de macht. Hij begon met het terugveroveren van de stukken land die in 1919 waren afgepakt. Hitler wou de baas van de wereld worden. Op 1september 1940 vielen de Duitsers Polen aan. Engeland en Frankrijk verklaren de oorlog tegen Duitsland.

Nederland wou zich er niet mee bemoeien ze bleven neutraal. Zo hadden ze de eerste wereldoorlog ook overleefd.Toch werd het Nederlandse leger gemobiliseerd . Nederland had al een hele tijd geen oorlog gehad en we hadden weinig geld voor nieuwe wapens
Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers toch aan. Nederland was niet opgewassen tegen de Duitse tanks en de soldaten. Er worden ook nog Duitse parachutisten gedropt die vliegvelden en andere dingen bezetten. En op 14 mei wordt Rotterdam gebombardeerd.
En de Duitsers dreigen nog Amsterdam en Utrecht te bombarderen.
Op 15 mei geeft Nederland zich over. De Koningin vlucht met haar familie en het kabinet en de hofhouding naar Londen. In 1941 krijgt de premier een Duitse opvolger: Seijss Inquart.
De situatie is voor de meeste mensen een tragische gebeurtenis. Maar het lijkt weer goed te komen.
Schijn bedriegt. Steeds meer producten zoals: zeep, kleding, boter worden zeldzaam.
Iedereen mag er maar een beperkte hoeveelheid van kopen. Er werden distributie bonnen uitgedeeld.
Iedereen moet een persoonsbewijs hebben.
Alle politieke partijen werden verboden (behalve de NSB).
Censuur: Duitsers controleren wat er op de radio en in de krant gebeurt.
Alle joden worden door de Duitsers ontslagen. Alle Joden moesten verplicht naar Amsterdam.
‘
S
avonds om 8 uur moet alles verduisterd worden en niemand mag meer op
straat vanwege de bombardementen. Zodat de geallieerden
niet
kunnen zien waar ze moeten bombarderen. Er worden steeds meer jonge
mannen opgepakt tijdens een Razzia
door de Duitsers die ze naar Duitse fabrieken sturen. Vanaf 1942
worden ook Joden opgepakt en naar concentratiekampen
gestuurd.
Op 6 juni 1944 landen de geallieerde troepen in Normandië vanaf daar trekken ze naar het noorden. De bevrijding lijkt een kwestie van weken te zijn. Op 5 december slaan de Duitse soldaten op de vlucht. Deze dag word de Dolle dinsdag genoemd. Maar de Duitsers zien hun verlies niet in. Alleen het zuiden van Nederland is al bevrijd; het noorden hebben de Duitsers alleen nog in bezit. Er kwam een spoorwegstaking zodat de Duitsers geen nieuwe soldaten konden krijgen. De Duitsers waren woedend. Als straf zouden er helemaal geen treinen meer rijden. Daardoor kwam er geen voedsel meer en brak in 1944-1945 de Hongerwinter aan.
De Hongerwinter was verschrikkelijk 1000 den mensen gingen dood door honger en door kou. De geallieerden kwamen met vliegtuigen te hulp, gooiden voedselpakketten naar beneden. En eindelijk op 5 mei werden we helemaal bevrijd door de geallieerden.
Van de 100 mensen was er maar één die echt in het verzet zat. Het was zeer gevaarlijk om een onderduiker in huis te hebben, want als je gepakt werd, werd je zelf ook doodgeschoten. De meeste mensen deden trouwens echt niets tegen de Duitsers.
Er zijn twee soorten verzet: passief en actief.
Passief verzet: je verzet je tegen de Duitsers maar niet met gevaar voor eigen leven. Voorbeelden. Een Duitser die de weg vraagt stuur je de verkeerde kant op of een Duitse autoband lek steken. Dit soort verzet was niet georganiseerd en het was niet gevaarlijk. Een beetje gevaarlijk was een illegale radio hebben of een illegale krant lezen.
Actief verzet: je verzet je tegen Duitsers met gevaar voor eigen leven. Voorbeelden: een Duitser doodschieten, een distributiekantoor overvallen en bonnen meenemen die dan voor ondergedoken Joden waren. Hulp en onderdak geven aan onderduikers of wapens smokkelen. Dit soort verzet was een beetje georganiseerd, maar zeer gevaarlijk.
Over dit verzet zal ik wat meer vertellen.
Gestolen distributiebonnen. Om produkten die er weinig waren eerlijk te verdelen onder de bevolking werden er distributiebonnen uitgedeeld. Met zo’n bon kon je een bepaald produkt kopen. Onderduikers kregen natuurlijk geen bonnen van de Duitsers. Daarom moesten soms distributiekantoren worden overvallen. De bonnen werden dan gestolen voor de mensen die ondergedoken zaten.
Persoonsbewijzen. Tijdens de Duitse bezetting waren alle mensen verplicht een persoonsbewijs bij zich te hebben. Zo konden de Duitse agenten iedereen op straat controleren als ze dat wilden. Had je je persoonsbewijs niet bij je dan liep je het risico om naar een werkkamp gestuurd te worden. In het persoonsbewijs van Joodse mensen stond een letter J gedrukt. Sommige mensen maakten nep-persoonsbewijzen om Joden te helpen. Deze mensen zaten in het verzet en deden erg gevaarlijk werk. Er stond de doodstraf op.
Brandstichten. De mensen van het verzet hadden een plan om het bevolkingsregister in brand te zetten met een bom. Dat was in Amsterdam vlakbij Artis. Jammer genoeg vloog maar 15% van het bevolkingsregister in brand en dat waren niet eens de Joodse namen. Dat kwam omdat de kasten waar het in zat van staal waren. De mensen die het plan bedacht en uitgevoerd hadden zijn verraden en doodgeschoten.
Verboden kranten drukken. Door de censuur werden in 1941 alle radiostations en kranten verboden. Of ze werden gecontroleerd door de Duitsers. Uit angst schreven de kranten alleen maar goede dingen over de Duitsers. Om toch op de hoogte te blijven van de oorlog waren er allemaal illegale krantjes zoals: het Parool, Trouw, Vrij Nederland en de Waarheid (let op de namen!). Bijna al deze kranten bestaan nu nog. De krantjes werden met de hand gedrukt omdat machines te veel lawaai maakten.
Staken tegen de behandeling van de Joden. De Nederlanders kwamen in het begin niet in opstand tegen de Duitsers. Pas in februari 1941 kwam de eerste staking, die de Februaristaking werd genoemd. Er werd gestaakt door de bussen, de treinen en de trams in Amsterdam. Omdat veel Nederlanders het niet eerlijk vonden dat de Joden zo slecht werden behandelt. Het monument de dokwerker is een herinnering hieraan. Voor het eerst was er een staking tegen de Duitsers.
Opvang van onderduikers. Er waren gelukkig veel mensen van de Katholieke en Protestantse kerken die besloten dat ze echte opvang voor de onderduikers moesten regelen. Hun organisatie werd de L.O. genoemd (de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers) Maar ze hadden bonnen en persoonsbewijzen nodig. Een groep dappere mannen vormden zogenaamde knokploegen en ze overvielen zo veel mogelijk distributiekantoren en ze maakten bonnen buit en gaven ze aan de L.O. voor de onderduikers. Maar ze hadden wapens nodig en die stalen ze van politiebureaus. Ook gingen ze verzetsmensen bevrijden uit de gevangenissen. Dankzij hun hulp waren er in 1944 wel meer dan 300.000 onderduikers. Er waren allemaal koeriers die bonnen en valse persoonsbewijzen door heel Nederland rondbrachten. Voor de L.O. werkten wel 12.000 mensen mee aan het verzetswerk.
Hoe werd dit allemaal betaald? Want er moest toch geld zijn voor de stakers en hun familie, voor de L.O., voor het vervoer van de onderduikers, voor hun eten, voor het drukken van de geheime krantjes, voor brandbommen, voor wapens, voor vermommingen enzovoort.
Daar had Walraven van Hall een plan voor gemaakt.

Wally van Hall en zijn broer Gijs.
Zijn leven voor de oorlog.
Walraven van Hall werd op 10 Februari 1906 geboren. Hij was het zesde kind van 10 kinderen.Thuis noemden ze hem Wally. Hij was een wildebras en was lichamelijk heel sterk, en vol gevoel voor humor. Daarmee wist hij steeds mensen aan het lachen te maken ook al was hij stout.
Op een winterdag zat hij te schaatsen met een vriendje op het ijs. Hij liet zich trekken door de hond. Het vriendje reed streng verboden onder de brug door, hij zakte door het ijs heen.
Met een grote vaart ging hij er op af en zei tegen zijn hond:vort fikkie vort. En hij trok het vriendje uit het ijs.
Op een ijskoude dag kwam hij opgewonden binnen en zei tegen zijn vader: Vader je moet helpen. In het vondelpark zitten 7 huilende kinderen en een politieagent heeft ze mee genomen naar het politiebureau. Zijn vader was bankier en tegelijkertijd ook voorzitter van het Amsterdams armbestuur. De kinderen waren door hun vader achtergelaten omdat hun moeder in het ziekenhuis lag en hij had geen idee wat hij met ze moest doen. Door het ingrijpen van het Armbestuur kwam er goede hulp voor het gezin.
Zijn schooljuffrouw was vaak lang ziek en daardoor liep hij een achterstand op.

Wally van Hall met zijn vader
Hij wou altijd al kapitein worden op een groot schip. Met een groot doorzettingsvermogen en het tekort aan kennis weer ingehaald, werd hij na een goed examen toegelaten op de zeevaartschool op Terschelling. Hij had een stevige boot gekregen waarin hij zeilen leerde.
Hoe harder het waaide hoe leuker hij het vond. Zijn boot heette Hollebolletje.
Na zijn tweede stuurmansexamen werd hij afgekeurd voor zijn ogen.
Toen ging hij naar Amerika en ging werken bij een bank in New York. Ook toen hij groot was deed hij nog gekke dingen: een keer was hij op een heel saai feest waar je alleen limonade kreeg. Toen zei hij tegen een vriend wil je wijn kom dan met mij mee. Ze gingen naar het dienstliftje en hij zei met een hoge damesstem: Jan twee glazen wijn. Dit deden ze een paar keer. Hij had namelijk ontdekt dat de gastvrouw voor een paar oudere mensen wel wijn inschonk. Ze gingen er net zo lang mee door totdat Jan riep het is op mevrouw!
Na 1 ½ jaar hoorde hij dat hij een baan kon krijgen als directeur van een bank in Zutphen.
Hij trouwde met Anna Mathilde den Tex en kreeg in 1933 een dochter, Attie en in 1936 een zoon, Aad. In 1940 ging hij in Zaandam werken bij een bankiers en effectenfirma. Voor zijn werk was hij vaak op de Amsterdamse effectenbeurs. Toen werd ook zijn dochter Mary-Ann geboren. De oorlog was net begonnen.
Zijn verzetswerk.
In november 1941 besloten de Duitsers dat de familie van Hollandse zeelieden geen salaris meer zouden krijgen. Die waren namelijk met hun boten niet meer terug gekeerd naar Nederland omdat de Duitsers anders hun boten in zouden pikken. De Duitsers hoopten dat als de zeemannen hoorden dat hun familie geen geld meer kreeg ze met hun boten terug zouden komen. Wally van Hall hoorde dat in Rotterdam meneer Filippo, een kapitein, de zogenaamde Zeemanspot had opgericht. Hij verzamelde geld voor families die problemen hadden. Hij vroeg aan Wally van Hall die veel vrienden had die op een boot zaten of hij hetzelfde wou doen in de omgeving van Amsterdam. Wally kende heel veel rijke mensen en op de beurs viel het helemaal niet op als je met elkaar hierover praatte want iedereen zat over geld te praten. In het begin vroeg hij aan mensen of ze hiervoor geld wilden geven.
Maar sommige mensen wilden het alleen maar lenen. Daarvoor bedacht hij dat ze dan in ruil voor bijvoorbeeld 5000 gulden een waardeloos effect (aandeel) kregen. Dat was bijvoorbeeld een aandeel in de Russische Spoorwegen. Die hadden sommige mensen gekocht omdat ze dachten dat ze er dan veel geld mee zouden verdienen maar die waren niets meer waard na de revolutie daar. Hij schreef er dan een nummer op en dan schreef hij ook in zijn eigen boekje dat er voor een aandeel met dat nummer erop zoveel geld geleend was en hij beloofde dat het na de oorlog door de Nederlandse regering terug betaald zou worden. Als dan de Duitsers bij mensen thuis zo een aandeel vonden konden ze er toch niets aan zien en als ze de lijst zouden vinden van Wally van Hall konden ze er nooit achter komen wie de mensen waren die bij dat nummer hoorden. Op deze manier wist Wally van Hall in 1942 ongeveer een half miljoen gulden binnen te halen.
Op de volgende bladzij zie je zo een aandeel.

Toen besloten de Duitsers begin 1943 dat de Nederlanders al hun biljetten van 1000 gulden in moesten leveren en die zouden dan daarna ongeldig worden. De mensen kregen er dan wel kleinere briefjes voor terug (10 van honderd bijvoorbeeld). Ze moesten wel zeker weten dat je eerlijk aan die duizendjes gekomen was. Het was veel geld in die tijd. En Wally van Hall had nog wel 200 van die duizendjes over. En hij kon natuurlijk niet bewijzen dat hij zoveel geld gewoon had verdiend. Dus moest hij een list bedenken.
Hij ging aan bekenden die bij banken werkten vragen of hij ze niet bij hun bank kon omruilen, want dat een bank duizendjes had was heel gewoon. Dat lukte. En toen waren er vrienden en andere mensen die tegen hem zeiden wij hebben ook nog duizendjes liggen waar we niets mee kunnen doen wil jij ze niet inwisselen en dan mag je het geld gebruiken als we van jou zo een (waardeloos) aandeel krijgen. Toen had hij in 2 weken 600.000 gulden extra.
Er waren steeds meer mensen die hulp nodig hadden, bijvoorbeeld de Joden die gingen onderduiken of gezinnen van mannen die naar Duitsland moesten voor de arbeidsinzet. Die moesten van de Duitsers in hun fabrieken werken. Alle mannen tussen 18 en 35 jaar. Wally van Hall vond dat hij hun ook moest helpen. Hij noemde het het Landrottenfonds. Later ging dat het N.S.F. heten, dat betekent het Nationaal Steun Fonds. Hij hoopte dat alle groepen die geld verzamelden samen zouden werken en hij ging daarvoor steeds met iedereen praten. Dan konden ze gewoon 1 systeem verzinnen. Omdat hij zo goed mensen kon laten samenwerken en overal altijd een oplossing voor had werd hij de Olieman genoemd. Hij dacht altijd aan andere mensen en als er iets gevaarlijks gedaan moest worden deed hij het liever zelf dan dat hij het iemand anders liet doen. Bijvoorbeeld er moest een Engelse piloot worden opgepikt en weggebracht en dan zei hij zal ik het maar doen?
Zijn illegale naam was van Tuyll, want inmiddels waren de Duitsers naar hem op zoek. Hij had contact met alle verzetsgroepen die hij ook geld ging geven. Bijvoorbeeld voor onderduikers maar ook voor krantjes drukken en voor overvallen enz.
Toen wilde de Nederlandse regering na de dolle dinsdag in september 1944 dat de Spoorwegen gingen staken. Dan konden er geen Duitse soldaten meer naar Nederland komen. Maar daar werkten 30.000 mensen en die zouden dan geen geld meer hebben. Van de regering kreeg hij toen een brief dat zij garant stonden voor het geld( dat betekent dat zij beloofden dat zij het later terug zouden betalen). Er staat boven zeer geheim. Maar hoe moest hij aan al dat geld komen? Zijn broer (Gijs van Hall – die werd na de oorlog burgemeester van Amsterdam) bedacht een heel goed plan.
In de Nederlandse Bank in de kluis lagen schatkistpromessen Dat zijn papieren van de Nederlandse Staat die een bepaalde waarde hebben, bijvoorbeeld 100.000 gulden. Dan hoeven ze dat geld niet allemaal in briefjes neer te leggen. Ze gingen die schatkistpromessen namaken. Dat was heel moeilijk want het papier was harig en er stonden steeds andere dingen op. Er werkte een kassier bij de bank die het N.S.F. hielp en die legde de valse neer en nam de echte mee. De Duitsers hadden geen elektriciteit daar en bij kaarslicht zag je niet het verschil.
Er waren 5 banken die meewerkten. Die hadden tegen de Duitsers gezegd dat het veel te gevaarlijk was dat er in die Nederlandse Bank zo veel briefjes geld lagen (die lagen er ook in de bank) want als het gebombardeerd werd... Toen legden ze voor de zekerheid bij die vijf banken een groot deel van het geld neer.
Toen ging iemand van het N.S.F. naar die bank toe met een koffertje, en dan gaf hij die echte schatkistpromesse en dan gaf die bank gewoon 100.000 gulden mee. Die gingen de mensen dan eerst vies maken door met vieze schoenen er over heen te lopen, dat ze niet meer nieuw leken. Dan schreven ze op hoeveel geld er naar welke verzetsgroep ging. Bijvoorbeeld schreef een student in Utrecht op insuline-eenheden verstrekt aan patiënten in een boekje maar hij bedoelde geld aan een verzetsgroep.
Dan gingen koeriersters met het geld op de fiets met houten banden het geld wegbrengen. Van Amsterdam naar Groningen en van Utrecht tot Friesland. Ze hadden ook een melkauto maar daar zat geen melk in maar bonnen en geld.
Dit is de brief van de regering.

Er waren 30.000 spoorweggezinnen, 8000 joodse gezinnen, 6000 zeemansgezinnen en 45.000 gezinnen met en van onderduikers die geld kregen. Van de 2000 medewerkers van het N.S.F. zijn er 84 door de Duitsers opgepakt en doodgeschoten.
In de hele oorlog gaf Wally van Hall 84 miljoen gulden uit, dat zou tegenwoordig bijna 500 miljoen Euro zijn.
De dagen werden kouder en donkerder. Het illegale werk werd harder en moeilijker doordat de treinen niet meer reden en de telefoon het ook niet meer deed en omdat bij razzia’s mannen opgepakt werden en fietsen ingepikt werden. Op 28 januari 1945 viel Walraven van Hall door verraad in handen van de Sicherheits Dienst, toen hij aan het vergaderen was. Pas na 10 dagen kwam de Sicherheits Dienst erachter wie van Tuyll eigenlijk was; Walraven van Hall van wie zij wisten dat hij een grote rol in het verzet speelde. Wally van Hall heeft niets verteld en niemand verder verraden. Naast hem zat een vriend van hem in de gevangeniscel en ze praatten met elkaar met klopsignalen. Hij vertelde dat hij zou worden doodgeschoten want hij moest zijn jas en zijn hoed inleveren, dat was een teken daarvan. Twee dagen nadat hij 39 jaar was geworden, op 12 februari 1945 werd hij samen met twee andere verzetsmensen gefusilleerd. Na de oorlog werd hij herbegraven op de Erebegraaf-plaats in Overveen, waar we altijd op 4 mei met de Dodenherdenking naar toe gaan.
Zo werd alles opgeschreven.

1. Hoe oud was je toen de oorlog begon.
Ik was toen 7 jaar oud.
In april was ik jarig geweest en een maand daarna begon de oorlog.
2. Waar woonde je toen.
3. Wie waren er nog meer in jullie gezin.
Mijn Vader mijn Moeder en mijn broertje Aad en jongere zusje Mary-Ann.
4. Hoe oud waren je ouders toen.
Mijn Vader 34 jaar en mijn Moeder 33 jaar.
Mijn Vader werkte als Makelaar in effecten bij een bank
6. Wou je Vader altijd al bankier worden.
Nee, absoluut niet, zijn hele familie werkte al bij de bank.
Hij ging naar de zeevaartschool op Terschelling en daarna was hij stuurman op een grote boot.
Maar hij werd afgekeurd aan zijn oog. Toen moest hij iets anders verzinnen en toen werd hij alsnog bankier.
7. Waren jullie rijk.
Een beetje, we hadden een groot huis met een mooie tuin en een dienstmeisje dat erg aardig was. Dat hadden niet veel mensen.
8. Was je vader streng.
Ik kan me niet meer zo veel herinneren.
Alleen nog maar dat op een keer we de tegels van de tuin moesten verwisselen en er zaten allemaal pissebedden onder, en toen durfde ik de tegels niet op te pakken. En mijn vader zei: schiet een beetje op Attie je kleine broertje Aad doet het ook. Ik voelde me toen zeer beledigd (Ik was toen 7).

12. Wist je wat hij allemaal deed.
Het was op luilakkendag gebeurd, toen ik met mijn vriendinnen ‘s ochtends op weg ging zagen we dat er een ruit naast onze deur kapot was, we dachten dat het van het luilakken was. Maar later heb ik gehoord van mijn moeder dat midden in de nacht de Duitsers binnen waren gekomen en de slaapkamer van mijn moeder waren binnen gegaan. Mijn moeder had toen gezegd ik eis dat ik nu rustig mijn kamerjas kan aantrekken. Mijn vader was er niet en er lagen nog wel papieren die van belang waren. Toen heeft ze die onder haar kamerjas verstopt en toen zei ze ik moet naar de w.c. en toen heeft ze de papieren door de w.c. geduwd. De Duitsers konden niets en niemand vinden, maar ze zeiden wel dat ze terug zouden komen. Ik was er gewoon doorheen geslapen.
14. Hoe had je gehoord dat je vader dood was?
Mijn moeder had het ‘s middags verteld nadat het gebeurd was. Zij wist het al van te voren dat ze hem gingen doodschieten.
15. Ben je nog steeds boos op de Duitsers?
Ik ben nog steeds een beetje boos. En ik deed op school bij Duitse les expres niet mijn best.

MOEILIJKE WOORDEN alle moeilijke woorden verklaard
|
Concentratiekampen |
Kampen waar Joden, zigeuners, homoseksuelen, mensen die niet naar de Duitsers luisterden of die verzet pleegden, naar toe gestuurd werden. Het was er verschrikkelijk. |
|
|
|
|
Distributie |
Verdeling van spullen zoals eten in de oorlog |
|
|
|
|
Effecten |
Een verhandelbaar bewijs van aandeel in een lening, in het kapitaal van een onderneming. Je leent bijvoorbeeld 100 euro voor een nieuwe machine aan een snoepjesfabriek (dat is dan jouw aandeel en het papier waarop dat staat heet een effect), en als er dan veel van die nieuwe snoepjes verkocht worden krijg jij ieder jaar een deel van de winst. |
|
|
|
|
Effectenbeurs |
Dat is een gebouw in Amsterdam waar mensen van banken bij elkaar komen om effecten te kopen of te verkopen. |
|
|
|
|
Geallieerden |
Dat zijn de bondgenoten van Engeland zoals de Canadezen en de Amerikanen die samenwerkten om Europa te bevrijden. |
|
|
|
|
Gefusilleerd |
Doodgeschoten door een vuurpeleton |
|
|
|
|
Gemobiliseerd |
Klaarmaken voor als de oorlog toch gaat gebeuren |
|
|
|
|
Koeriers |
Mensen (vaak vrouwen want die werden meer vertrouwd door de Duitsers) die voor het verzet geld en bonnen en berichten vervoerden |
|
|
|
|
L.O. |
Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers |
|
|
|
|
Nazi |
Nazional-socialistische Deutsche Arbeiterpartei, de partij van Adolf Hitler |
|
|
|
|
N.S.B. |
Nationaal Socialistische Beweging, de Nederlandse partij die voor Adolf Hitler was. |
|
|
|
|
N.S.F. |
Nationaal Steun Fonds. .De organisatie die geld verzamelde en weggaf voor het verzet in de oorlog |
|
|
|
|
Neutraal |
Je wil je er niet mee bemoeien |
|
|
|
|
P.B. |
Persoons Bewijs. Een soort paspoort waarmee de Duitsers konden zien wie je was. |
|
|
|
|
Razzia |
Het oppakken van mensen zonder reden |
|
|
|
|
Schatkistpromessen |
Dat zijn papieren van de Nederlandse Staat die een bepaalde waarde hebben, bijvoorbeeld 100.000 gulden. Dan hoeven ze dat geld niet allemaal in briefjes neer te leggen in de Nederlandse Bank. |
|
|
|
|
S.D. |
Sicherheits Dienst. De politie van de Duitsers |
LITERATUURLIJST
Wereld-oorlog II – Simon Adams – Standaard Uitgeverij Antwerpen 2000
De Bezetting 4 – L.de Jong – Querido Amsterdam 1965
Hongerwinter, Tweede Wereldoorlog – Centrum voor Mondiaal Onderwijs 1999
Geschiedenis van de Lage Landen – Jaap ter Haar – Unieboek 1979
Als de dag van gisteren – Geert Mak – Waanders Zwolle 1990
Een kleine Geschiedenis van Amsterdam – Geert Mak – Atlas Amsterdam 1994
Impressies 1880 – 1940 - Uit de fotoboeken van mijn grootouders
Walraven van Hall – geen schrijver: dit zijn allemaal brieven die over hem geschreven zijn na de oorlog door alle mensen die in de oorlog met hem te maken hadden. Het is wel een boekje.
Nationaal Steun Fonds 1943-1945 – dit is ook een boekje over hun werk zonder schrijver
Het Nationaal Steun Fonds – P. Sanderse – Martinus Nijhoff – ‘s Gravenhage 1960
Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog – L.de Jong – Staatsuitgeverij ‘s Gravenhage 1976
Van internet:
http://www.documentatiegroep 40-45.nl/artikelen/verzet.html
http://home.wanadoo.nl/r.driedijk/eeuw//wo2inNed.htm
BIJLAGE
Jurriaan Walraven Kamps werd geboren in 1992. Hij schreef eerder een werkstuk over Ajax een boekbespreking over de Heksen van Roald Dahl en over Vrijgevochten van Thea Beckman.
Over zijn Ajax werkstuk in 2001
“Goed geschreven en grappig geïllustreerd met eigen gemaakte tekeningen”
Uitgeverij Op ‘t Nippertje, Leiden 2002