welkom verzetsstrijders begrippenlijst
colofon verantwoording docent links reacties
Walraven van Hall

Wally
Op 10 februari 1906 werd Walraven geboren. Hij werd al snel “Wally” genoemd. Wally was een sterke jongen die niet gauw bang was en die beslissingen durfde te nemen als dat nodig was. Dat kon je wel zien toen zijn vriendje door het ijs zakte. Samen met zijn hond trok hij zijn vriend weer op het droge.

Wally hield van spannende dingen en daarom besloot hij kapitein te worden op een groot schip. Hij leerde zeilen en ging naar de zeevaartschool. Maar die droom ging helaas niet door... Hij ging wel een paar jaar varen, maar hij werd na zijn tweede stuurmansexamen afgekeurd, omdat zijn ogen niet goed genoeg waren. Hij moest dus op zoek naar iets anders en zo kwam hij bij een bank te werken. Natuurlijk niet zo maar een bank, maar ver weg in New York! Twee jaar later kwam hij terug naar Nederland en kreeg daar ook een goede baan bij een bank in Zaandam.

Picknick met het gezin
Het verzet heeft geld nodig
Toen de oorlog uitbrak was Walraven van Hall al zeven jaar getrouwd. Hij had een dochter en een zoon. In datzelfde jaar, 1940, werd er nog een dochtertje geboren. In 1941 hoorde Walraven dat mensen uit het verzet dringend geld nodig hadden.

Het begon allemaal met een zekere meneer Filippo die geld inzamelde voor vrouwen van Nederlandse zeelieden in het buitenland. Veel Nederlandse schepen waren namelijk niet meer naar Nederland teruggegaan, toen ze hoorden dat ons land bezet was.

Ze gingen de vijanden van de Duitsers helpen door bijvoorbeeld wapens van Amerika naar Engeland te brengen. De Duitsers besloten toen dat de families van die mensen geen salaris meer mochten krijgen. Maar hoe moesten ze dan brood en andere dingen kopen?

Filippo probeerde ze te helpen, maar hij kon niet aan voldoende geld komen. Walraven wist een oplossing. Hij zocht contact met de Nederlandse regering die naar Engeland gevlucht was. Dat ging natuurlijk niet zo makkelijk, want het was verboden. Maar het lukte! Hij kreeg via Radio Oranje toestemming van de Nederlandse regering om de zeeliedenvrouwen te helpen. Zelf had hij niet genoeg geld. Hij moest het dus lenen van mensen en bedrijven met geld. Het moesten wel mensen zijn die hij kon vertrouwen en die hem konden vertrouwen. Omdat het om zoveel geld ging, beloofde Walraven van Hall dat de regering alles zou terugbetalen als de oorlog voorbij was. Als een soort betalingsbewijs kregen ze een waardeloos aandeel.

Waardeloos?
Hoe dat zat met die aandelen? Een aandeel is eigenlijk een bewijs dat je voor een klein stukje eigenaar bent van een bedrijf. Iedereen kan aandelen kopen en zo een beetje eigenaar worden. Dat is vooral leuk als het bedrijf winst maakt, want dan deel je mee in die winst. Hoe meer aandelen je hebt, hoe meer je krijgt.

Maar ja ... het bedrijf kan ook failliet gaan en dan zijn je aandelen niets meer waard. Zulke aandelen gebruikte Van Hall als betalingsbewijs. Hij schreef in een boekje het soort aandeel en het nummer dat daarop stond en daarachter het geld dat hij op dat moment gekregen (eigenlijk: geleend) had. Als de Duitsers het aandeel zouden zien, was er niets bijzonders aan te zien. Zeker niet dat dat “waardeloze” aandeel duizenden guldens waard was na de oorlog.

Aandeel van een Amerikaanse spoorwegmaatschappij
(foto NIOD)

Het N.S.F.
Het bleef niet bij het helpen van de zeemansvrouwen, want het verzet had voor veel meer dingen geld nodig. Denk maar eens aan al die mensen die zich verstopten voor de Duitsers, de onderduikers. Die moesten ook eten en dat ging niet voor niets. Verder was er geld nodig voor illegale kranten (b.v. Het Parool) en voor overvallen. Toen de regering in Londen in september 1944 wilde dat de Spoorwegen gingen staken, moest er voor 30.000 werknemers van het spoor gezorgd worden. Walraven verzon andere manieren om aan geld te komen, waarbij zijn ervaring als bankier goed van pas kwam.

Zijn organisatie heette het Nationaal Steun Fonds (N.S.F.). Walravens broer Gijs Van Hall (later burgemeester van Amsterdam) bedacht een heel goed plan. In de Nederlandse Bank lagen in de kluis ‘schatkistpromessen’. Dat zijn papieren van de Nederlandse staat, die b.v. 100.000 gulden waard waren. Ze gingen die toen namaken.

Er werkte een kassier bij de bank die het N.S.F. hielp en die legde de vervalste papieren neer en nam de echte mee. Daarna ging dan iemand van het N.S.F. naar een bank die ook meewerkte en ruilde de echte schatkistpromesse in voor 100.000 gulden. Op een voor anderen onduidelijke manier schreven zij daarna op hoeveel geld er naar welke groep ging. Het N.S.F. kreeg van de Nederlandse regering in Londen een brief waarin de regering zich garant stelde voor het geld. De regering beloofde dus het geld na de oorlog te betalen.

Het N.S.F. had tenslotte 2000 medewerkers die in het geheim voor deze organisatie werkten. Van hen zijn er 84 door de Duitsers opgepakt en doodgeschoten. Zonder de hulp van het N.S.F. hadden de andere verzetsorganisaties niet zo veel kunnen doen.

Hoe het afliep
Tijdens een vergadering op 27 januari 1945 werd Walraven gearresteerd door de Sicherheitsdienst (SD). Er was verraad in het spel. Hoewel hij niets vertelde, kwamen de Duitsers er achter dat hij de grote man van het N.S.F. was. Op 12 februari 1945 werd hij bij de Jan Gijzenbrug in Haarlem-Noord doodgeschoten. Walraven van Hall kreeg postuum het Verzetskruis. Slechts 94 mensen hebben deze onderscheiding gekregen.

(Als je meer wil weten, kun je hier doorklikken naar het mooie werkstuk dat Jurriaan Walraven Kamps, zijn achterkleinzoon, over Walraven van Hall gemaakt heeft.)

Even nadenken ...