Willem de Tello en Wim Gertenbach
Een artikel uit Het Parool
“Ons land is op het oogenblik in oorlog. Het is betrokken in een strijd
op leven en dood. Wij vechten voor ons onafhankelijk volksbestaan, onze beschaving,
onze toekomst, onze geestelijke vrijheid en voor een nieuwe maatschappij ordening.
Om dit alles wordt een totale oorlog gevoerd. Wat moeten wij, die in bezet gebied
leven, nu doen? Wij moeten met de beperkte middelen, waarover wij nog beschikken,
medehelpen onze overwinning te bevechten.”
Dit stond in de krant Het Parool van 17 februari 1941. Het Parool was een illegale,
een verboden, krant. De woorden komen uit een artikel waarin flink tekeer gegaan wordt
tegen een ander blad, de Haagsche Courant. Dit was een van die kranten die nog wel
mochten verschijnen, omdat ze helemaal gecontroleerd werden door de Duitse bezetters.
Ze mochten dus niets vijandigs over de Duitsers schrijven. Soms ging zo’n krant nog een
stapje verder en werd er iets geschreven dat de Duitsers en hun vrienden als muziek in de
oren klonk. Zo had de Haagsche Courant haar lezers aangeraden om zich maar neer te leggen
bij de Duitse bezetting van Nederland en geen verzet meer te plegen.
Aan het bovenstaande kun je zien hoe belangrijk het kon zijn om steeds weer tegen de
mensen te zeggen: pik dit niet! De mensen bleven hierdoor in een betere wereld en een
vrij Nederland geloven. Dat zagen ook de Duitsers wel in en daarom werd er fel jacht
gemaakt op de mensen die kranten als Het Parool schreven en drukten én op de mensen die
in het diepste geheim voor de verspreiding zorgden.
Hoe het begon
Het Parool was begonnen als een blaadje, een velletje
papier eigenlijk, uit een stencilmachine (een ouderwets kopieerapparaat). De schrijver
was Frans Goedhart. Zijn “Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen” verscheen al in juli 1940.
In het begin werd het blaadje ongeveer 500 keer gestencild en dan vooral in de omgeving
van Amsterdam verspreid. Het lukte Goedhart wel om steeds meer exemplaren te verspreiden
in een steeds groter gebied, maar hij was nog niet tevreden. Hij wilde een landelijke
verzetskrant, een krant die door veel lezers in heel Nederland gelezen zou worden. Door
samen te werken met andere mensen lukte het om een echte krant, Het Parool genaamd, te
laten verschijnen. Het was geen krant waarop je je kon abonneren en zeker ook geen blad
dat elke dag in de brievenbus viel. De meeste mensen waren echter erg blij als ze af en
toe een illegale krant te pakken konden krijgen. Waarom was dit zo belangrijk voor ze?
In illegale kranten konden ze het nieuws lezen dat de bezetter verboden had in de gewone
kranten te zetten. Zo kwamen de Nederlanders te weten hoe de werkelijke toestand van ons
land was: wat de Duitsers hier allemaal uitvoerden en nog van plan waren. Ook kon men
veel te weten komen over hoe het met de oorlog ging. Je kunt je wel voorstellen dat de
regering in Londen erop gebrand was die illegale bladen te krijgen. Zij wilde weten wat
er in het bezette vaderland gebeurde.
Gevaarlijk
Een echte krant maken is teamwerk. Je hebt niet alleen schrijvers nodig, maar ook zoveel
andere mensen die voor het geld, het verzamelen van informatie, het drukwerk en het
rondbrengen zorgen. Het was gevaarlijk werk waarop zware straffen stonden. Op 21 oktober
1941 deed de Duitse politie een inval in Amsterdamse drukkerijen. Verscheidene drukkers
werden gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekampen. De drukker van Het Parool durfde
daarna niet verder te gaan en Goedhart moest op zoek naar een andere drukker. Hij besefte
maar al te goed: zonder drukker géén illegale krant...

Willem de Tello (foto NIOD) |
De Tello en Gertenbach De oplossing van dit probleem werd gevonden
door Willem de Tello. De Tello was een bekende figuur in Heemstede. Hij was
handelsreiziger en journalist voor de krant ‘Het Volk’, het partijblad van de SDAP.
Daarnaast was hij voorzitter van de Heemsteedse Schaakclub en bestuurslid van de
Heemsteedse Sportparken. Namens zijn politieke partij, de SDAP, zat hij in de Heemsteedse
gemeenteraad. De partij had al eerder drukwerk laten verzorgen door de Zandvoortse drukker
Wim Gertenbach. Deze gaf de Zandvoortse Courant uit, waarin hij openlijk de NSB bestreed.
De meeste Zandvoorters mochten hem graag. De Tello wist dat hij te vertrouwen was en zocht
hem op. Gertenbach aarzelde geen moment en nam deze taak op zijn schouders. |

Wim Gertenbach |

Assistenten van Gertenbach aan het werk in de drukkerij
|
Dat het heel gevaarlijk was bleek op 31 januari
1942. Twee onbekende mannen, die beweerden van Het Parool te zijn, belden aan bij
Gertenbach. Gertenbach zei geïrriteerd: “Komt er nu weer een ander! Dat moet afgelopen
zijn, want op deze manier wordt het mij te gevaarlijk.” Met deze woorden verraadde hij
zichzelf: de twee kerels waren in dienst van de Duitse politie! Zo vielen Gertenbach en
zijn beide medewerkers, Paap en De Jong, in Duitse handen. Toen er in de drukkerij een
pakketje gevonden werd, waarin Het Parool verpakt was en waarop het adres van De Tello
stond, besloten deze geheime agenten dezelfde truc nog eens toe te passen. Ze gingen naar
zijn huis en werden binnengelaten toen ze vertelden van Het Parool te zijn. De Tello was
echter niet thuis. De telefoon ging en de gasten namen de hoorn op. Het was Willem de
Tello! Ze spraken met hem af in een café. Kort daarna werd De Tello aangehouden in café
Boekenroode (nu een Chinees restaurant bij het station Heemstede-Aerdenhout) in Heemstede. |
Hoe het afliep
De Tello en Gertenbach waren niet de enigen die gearresteerd waren in deze periode. De Duitse
politie had ook anderen gevangen weten te nemen. Frans Goedhart was een van hen. Hij werd
gearresteerd op het strand bij Scheveningen tijdens een poging om naar Engeland over te steken.
In Utrecht stonden drieëntwintig verdachten terecht bij het eerste Parool-proces. Zij kregen
Duitse advocaten toegewezen, die weinig van de zaak afwisten en met wie zij maar twee keer
vijf minuten hadden mogen spreken. Op 19 december 1942 werden zeventien Parool-mensen ter dood
veroordeeld. Paap en De Jong kregen uiteindelijk tuchthuisstraf. Goedhart had herziening van
zijn vonnis aangevraagd en wist later te ontvluchten.
Vroeg in de ochtend van 5 februari 1943 vertrok er een autobus met twintig ter dood veroordeelden, waaronder dertien mensen van Het
Parool, naar de gevangenis in Utrecht. Daar aangekomen hoorden zij dat diezelfde dag het
vonnis voltrokken zou worden. Zij mochten alleen nog een afscheidsbriefje schrijven. "Zeg
tegen ieder van onze kennissen, die er zoo velen zijn van de partij en in Heemstede, dat ik
mijn leven graag gegeven heb in de rotsvaste overtuiging, dat wij zegevieren," schreef De
Tello.
Ook Gertenbach schreef een ontroerende laatste brief (die je bij het volgende deel van
dit verhaal zult kunnen lezen). Op diezelfde dag werden zij doodgeschoten bij het vliegveld
Soesterberg en daar in een massagraf begraven. Zij zijn op 19 december 1945 op de
Eerebegraafplaats herbegraven. Ieder jaar is hier op 5 februari een herdenking van deze
dertien mensen van Het Parool. Voordat men hierheen gaat bezoekt men de Algemene Begraafplaats
in Zandvoort. Daar is Gertenbach begraven bij zijn gezin. Zijn vrouw en drie kinderen, die
naar Haarlem geëvacueerd waren, zijn namelijk omgekomen op 16 april 1943 bij het bombardement
op de Amsterdamse buurt in Haarlem. Wim Gertenbach kreeg postuum het
Verzetskruis. Slechts 94 mensen hebben deze onderscheiding gekregen.
En Het Parool? De Duitsers hadden lang niet iedereen te pakken gekregen. De krant bleef
verschijnen om steeds weer alle Nederlanders tot verzet tegen de bezetters en hun handlangers
op te roepen. In 1944 rolden er per oplage maar liefst 60.000 exemplaren van de pers.

Het oude graf van de familie Gertenbach (foto Wim Gertenbachschool Zandvoort) |

Gezin Gertenbach (foto Wim Gertenbachschool Zandvoort) |
Ieder jaar vindt er op 5 februari een herdenking plaats van de
medewerkers van Het Parool die in 1943 op die datum zijn gefusilleerd. Een enkele overlevende
van het illegale Parool, nabestaanden en andere belangstellenden gaan dan eerst naar de
Algemene Begraafplaats in Zandvoort, waar het graf is van Gertenbach en zijn gezin. Daarna
bezoekt men de Eerebegraafplaats om de andere gevallenen te herdenken.
Even nadenken ... |