A
Anti-semitisme
- racisme gericht tegen joden; jodenhaat. De (Duitse) nazis
beschouwden de joden als een minderwaardig ras en behandelden
hen daarom heel slecht. Zij gingen zelfs zover dat zij in 1942 besloten hen allemaal te doden.
Arbeidsfront - Zie Nederlands
Arbeidsfront.
Atlantikwall
- Een lange lijn van verdedigingswerken, vooral bunkers, die
zich uitstrekte langs de kusten van de Atlantische Oceaan en
de Noordzee. Deze verdedigingslinie liep van het noorden van
Noorwegen tot aan het zuiden van West-Frankrijk. Op 6 juni 1944
werd de aanval van de geallieerden (Engelsen, Amerikanen en
hun bondgenoten) op de Atlantikwall in Normandië (Frankrijk)
geopend. Over deze Atlantikwall zijn veel interessante websites
gemaakt; klik hier
en hier
om er een paar te bekijken. |
|
|
B
Belastend
- Duidelijk makend dat iemand zich aan iets schuldig gemaakt heeft.
Bevolkingsregister
- Bureau dat alle persoonlijke gegevens van de inwoners van
de gemeente bijhield op kaarten. Het gaat hier om gegevens als
naam, adres, geboortedatum, beroep, godsdienst, enz.
Bunker
- Zwaar betonnen bouwwerk dat de verdedigers moet beschermen
tegen aanvallers, vaak voorzien van een kanon en/of mitrailleurs.
In Nederland zijn de bunkers van de Tweede Wereldoorlog vooral
in het duingebied te vinden. Zij maakten daar deel uit van de
Atlantikwall. Over deze Atlantikwall zijn veel interessante
websites gemaakt; klik hier
en hier
om er een paar te bekijken. |
|
|
C
Censuur
- Toezicht op kranten, tijdschriften, boeken, radio, toneel en film.
De Duitsers straften mensen die zich niet aan de voorschriften
hielden door bijvoorbeeld iets vervelends te schrijven over
de Duitsers of de NSB.
Concentratiekamp
- Kamp, meestal omringd met prikkeldraad, waarin mensen gevangen
gehouden werden. Tegenstanders van de Duitsers in Nederland
kwamen vaak in het kamp van Vught of Amersfoort terecht. Nederlandse
joden werden naar het kamp van Westerbork gebracht en van daaruit
naar de vernietigingskampen buiten Nederland.
CS-6
- Verzetsgroep die allerlei vormen van verzet pleegde, o.a.
geweld tegen mensen die samenwerkten met de Duitsers. Tot deze
groep behoorden o.a. Jan Karel Boissevain, Gideon Willem Boissevain,
Reina
Prinsen Geerligs, Leo Frijda, Hans Katan, Pam
Pooters en Jan Verleun. |
|
|
D
Deurwaarder
- Persoon die veel met rechtszaken te maken heeft. Voor veel
mensen is de deurwaarder bekend, omdat hij personen die weigeren
te betalen kan dwingen dat wel te doen. (Als zij het niet doen,
kan hij hun bezittingen in beslag nemen en verkopen.)
Distributiebon
- Een bon die je het recht geeft om iets te kopen. Distributiebonnen
worden gebruikt als er niet genoeg is van een bepaald artikel.
In juni 1940 gingen bijvoorbeeld brood, koffie en thee op de
bon. In 1944 waren er nog maar weinig artikelen die niet op
de bon waren. |
|
|
E
Evacueren
- Uit een bepaald gebied wegsturen en op een andere plaats laten
wonen. De Duitsers hadden bijvoorbeeld het grootste deel van
de bevolking van Zandvoort geëvacueerd, omdat zij verdedigingswerken
wilden aanleggen in de kuststrook. Zie ook: Atlantikwall. |
|
|
F
Failliet
- Niet meer kunnen betalen, zonder geld zitten. Een bedrijf
dat failliet is, is dus niets meer waard.
Februaristaking - Staking
die op 25 februari 1941 uitbrak in Amsterdam en die zich uitbreidde
naar plaatsen in de wijde omgeving van deze stad. Fabrieken
liepen leeg, winkels werden gesloten, in de havens lag het werk
plat, trams en treinen reden niet meer. De staking was een protest
tegen het nazi-optreden ten aanzien van joodse medemensen.
Fusilleren - Doodschieten als straf. |
|
|
G
Geallieerden - De landen die
samen tegen Duitsland, Italië, Japan en hun bondgenoten
vochten. De belangrijkste geallieerden waren de Verenigde Staten
van Amerika, Groot-Brittannië (Engeland) en de Sovjet Unie.
Geheime
Dienst - Groep mensen die zich bezig houdt met
spionage in het buitenland. De geheime dienst verzamelt allerlei
inlichtingen die voor de oorlogvoering belangrijk kunnen zijn.
Zo was het voor de Engelse geheime dienst erg belangrijk om
te weten hoe de Duitse verdediging in elkaar stak in verband
met een aanval (landing) op de kust van West-Europa. |
|
|
H
Hitler,
Adolf - (1889-1945) Leider van de nationaal-socialisten die in 1933 in Duitsland aan de macht kwam. Vanaf 1934 werd Hitler ‘Führer’ (Leider) genoemd en kreeg hij definitief alle macht in handen. Zijn politieke tegenstanders werden vermoord of kwamen in de concentratiekampen terecht. Velen vluchtten naar het buitenland. Doelbewust stuurde hij op oorlog aan.
Hollandsche
Schouwburg - Vanaf 1942 de plaats waar Amsterdamse
joden moesten wachten op hun vertrek, via kamp Westerbork in
Drente, naar de vernietigingskampen buiten Nederland. |
|
|
I
Illegaal
- Tegen de door de Duitse bezetters gemaakte wetten ingaand,
verboden door de Duitse regering van Nederland tijdens de Tweede
Wereldoorlog. |
|
|
| J |
|
|
K
Knokploegen
- Verzetsgroepen die overvallen pleegden waarbij meestal wapens
gebruikt werden. |
|
|
L
Liquideren
- Doden van een politieke tegenstander. |
|
|
M
Militaire dienst
- Dienst doen in het leger van een land. Tot 1 mei 1997 bestond in Nederland de ‘dienstplicht’. Dat betekende dat elke jongen van ongeveer 19 jaar zich moest melden voor dienst in een onderdeel van de landmacht, de luchtmacht of de marine. |
|
|
N
Nederlands Arbeidsfront
- Een werknemersorganisatie onder nazi-leiding. In 1942 werden de vele vakbonden
en vakverenigingen in Nederland op last van de Duitse bezetter opgeheven. Van de
vakbondsleden werd verwacht dat zij lid zouden worden van het Arbeidsfront. Daarmee
probeerden de Duitsers hun macht over de werknemers aanzienlijk te vergroten.
NSB - Nationaal Socialistische Beweging.
Politieke partij die zich geen partij wilde noemen, omdat zij
een hekel had aan partijen en democratie. Leider Mussert. De
leden van de NSB hadden in het algemeen grote bewondering voor
Adolf Hitler.
Nazi's
- Afkorting van nationaal-socialisten. De nazi’s stonden
achter de ideeën van Adolf Hitler en beschouwden hem als
hun grote leider. |
|
|
O
Onderduikers
- Mensen die zich schuilhielden voor de Duitsers en hun Nederlandse
handlangers. Soms kon dit gebeuren door tijdelijk op een ander
adres te gaan logeren zonder dit nieuwe adres ergens op te geven.
In andere gevallen moesten er echte schuilplaatsen gemaakt worden.
Het kon ook dat iemand door een vervalst persoonsbewijs ‘een
tweede leven’ kreeg op een ander adres. |
|
|
P
Parool
(Het Parool) - In de periode 1940-1945 een illegale
krant die opriep tot verzet tegen de Duitse bezetting. Bleef
na de oorlog voortbestaan.
Persoonsbewijs
- een officieel papier met daarop naam, geboortedatum, adres
en andere persoonlijke gegevens. Vanaf de leeftijd van 14 jaar
verplicht.
Postuum - Na iemands
dood. |
|
|
| Q |
|
|
R
Radio Oranje - Radiozender van de (gevluchte) Nederlandse
regering in Londen. Werd gebruikt om de Nederlanders op de hoogte te houden van het
oorlogsnieuws en om ze op te roepen tot strijd tegen de vijand. Ook werden geheime
boodschappen voor het verzet uitgezonden.
Regering - De koningin en de ministers.
De Nederlandse regering was naar Engeland gevlucht en hielp
mee in de strijd tegen de Duitsers. Zie ook: Wilhelmina.
Represaille - Maatregel
waarmee wraak genomen wordt. Als er een aanslag was gepleegd
en de Duitsers konden de daders niet te pakken krijgen, werd
een aantal van tevoren aangewezen gevangenen ("Todeskandidaten")
daarvoor doodgeschoten. Meestal werd dit op de plek van de aanslag
of op een druk punt gedaan en de mensen werden gedwongen om
te kijken. |
|
|
S
Sabotage
- Het opzettelijk vernielen van dingen om de vijand dwars te
zitten.
Schaffelaar, Jan van
- Jan van Schaffelaar was de aanvoerder van achttien soldaten
die ingesloten waren door de vijand in de kerktoren van Barneveld.
Hun tegenstanders wilden de soldaten laten gaan als ze Jan van
de kerktoren zouden gooien. Dat wilden ze niet. Om het leven
van zijn vrienden te redden sprong Jan toen zelf van de kerktoren
(1482).
SDAP
- Sociaal-Democratische Arbeiders Partij. De SDAP wilde het leven van de arbeiders
verbeteren door te zorgen voor bepaalde wetten, zoals een door de staat betaald
pensioen. Vlak voor de oorlog kwamen leden van de SDAP voor het eerst als ministers
in de regering. Door veel stemmen te winnen bij de verkiezingen hoopten zij steeds
meer invloed te krijgen. De Duitsers verboden echter alle politieke partijen en
stonden alleen de NSB toe.
Sicherheitsdienst
(SD) - Organisatie die tegenstanders van de nazi’s
opspoorde en uitschakelde. Bij het verhoren van gevangengenomen
personen werd er door de SD vaak gemarteld.
Sociaal-democraat - Aanhanger
van de sociaal-democratie, meestal lid van een sociaal-democratische
partij. Zie ook: SDAP.
Stamkaart
- Een kaart waarop iemands naam stond en die men nodig had bij
het ophalen van de distributiebonnen. Op de kaart werd dan aangekruist
welke bonnen er afgegeven waren door het distributiekantoor. |
|
|
T
Todeskandidaten
- Duits woord voor mensen die ter dood veroordeeld waren en
elk moment doodgeschoten konden worden. In concentratiekampen
waren zij herkenbaar door de rode bal die zij (net als “vluchtgevaarlijke”
gevangenen) op hun rug moesten dragen. Zie ook: “represaille”. |
|
|
| U |
|
|
V
Vakbond - Vereniging van mensen
met (ongeveer) hetzelfde beroep. De vakbond komt op voor de
belangen van haar leden door bijv. een hoger loon te vragen.
In het uiterste geval kan tot staking worden opgeroepen.
Verzet
- De mensen die tegenstand boden op allerlei manieren. Het gaat
om dingen waarop zware straffen, vaak de doodstraf, stonden.
Voorbeelden van verzet zijn: vervalsen van persoonsbewijzen
en het drukken van verboden krantjes.
Verzetskruis - Zeer
hoge onderscheiding voor "bijzondere moed en beleid, aan
de dag gelegd bij het verzet tegen de vijanden van de Nederlandse
zaak en voor het behoud van de geestelijke vrijheid." De
onderscheiding was bedoeld voor niet-militairen. Slechts 94
personen hebben het Verzetskruis ontvangen.
Vrijwilligerslegioen
Nederland - In juli 1941 opgericht legeronderdeel
van de Waffen-SS waarvoor Nederlanders die wilden vechten voor
de Duitsers zich konden aanmelden. Dit werd door de "goede"
Nederlanders als een heel ernstige vorm van landverraad gezien. |
|
|
W
Wilhelmina
- Koningin van Nederland van 1890 tot 1948. Zij was tijdens
de eerste oorlogsdagen van mei 1940 naar Engeland gevlucht en
moedigde van daaruit via de radio de Nederlanders aan om verzet
te blijven plegen. |
|
|
| X |
|
|
| Y |
|
|
| Z |
|
|